6 min read

Factchecken lijkt niet de beste manier om het geloof in desinformatie te verminderen

Factchecken lijkt niet de beste manier om het geloof in desinformatie te verminderen
Foto: Lucas Vasques / Unsplash

Het leuke van mijn werk als freelancer is dat geen dag of week er hetzelfde uitziet. Zo heb ik de afgelopen maanden gewerkt aan de podcast Media van Morgen van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. De eerste vijf afleveringen staan online en het gaat onder meer over hoe De Correspondent Spotify gebruikt om abonnees exclusieve podcasts aan te bieden, hoe EW Magazine probeert online te groeien en hoe Podimo bepaalt welke podcasts het maakt. Stuk voor stuk afleveringen die eigenlijk gewoon gemaakt zijn voor jou als lezer van deze nieuwsbrief.

Een ander groot project waarmee ik bezig ben geweest is het jaarlijkse webinar dat het Commissariaat voor de Media organiseert bij de publicatie van het Digital News Report. Dat rapport verschijnt dinsdag en vanaf 11:00 uur presenteer ik een webinar waarin onder anderen Ezra Eeman, directeur Strategie & Innovatie bij de NPO en Peter Smet, directeur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, te gast zijn. Maar er schuiven bijvoorbeeld ook een student journalistiek en een aantal jonge makers die nieuwsvideo's op YouTube maken aan. Om het webinar te kunnen kijken, moet je je vooraf even aanmelden op de site van het Commissariaat voor de Media.

Na volgende week is mijn agenda zowaar redelijk leeg. Dus mocht je een vraagstuk hebben waar je hulp bij nodig hebt. Van het aanscherpen van je nieuwsstrategie tot een project rondom publieksparticipatie en van een presentatie over het snelveranderende medialandschap tot een strategisch advies over de inzet van externe platforms; ik doe het allemaal. Of eigenlijk moet ik zeggen: ik heb het ook allemaal gedaan voor mediaorganisaties. Dus denk je: had ik maar een Elger; mail een Elger.


Toegeven dat je geen expert bent, maakt je juist geloofwaardiger op Facebook, concludeert het Rathenau Instituut

Meer gebruik van contentplatforms als Facebook en X hangt samen met geloof in wetenschappelijke desinformatie. Dat concludeert het Rathenau Instituut in onderzoek naar "de relatie tussen vertrouwen in wetenschap en misinformatie op sociale media". Er is echter geen verband tussen het gebruik van contentplatforms en een laag vertrouwen in de wetenschap.

Het rapport (pdf) is 90 pagina's lang en de samenvatting die het Rathenau Instituut gepubliceerd heeft, is in mijn ogen dan weer erg summier, dus ik heb een poging gedaan om zelf de meest interessante bevindingen voor je uit te lichten.

De onderzoekers zien dat vooral een specifiek groep meer in wetenschappelijke desinformatie over wetenschappelijke onderwerpen gelooft als ze meer tijd op platforms als Facebook en X doorbrengen. En dan moet je denken aan desinformatie zoalss dat vaccinaties zorgen voor een hogere kans op autisme of dat de mens geen enkele rol speelt bij klimaatverandering. Dat verband is er vooral bij een specifieke groep:

Mensen die ouder zijn dan 45 jaar, praktisch zijn opgeleid, een laag wetenschappelijk kennisniveau hebben, een laag vertrouwen hebben in de wetenschap, en/of Facebook of X als voornaamste platform gebruiken. Vooral voor deze mensen geldt dat als zij meer tijd doorbrengen op sociale media, ze meer in wetenschappelijke misinformatie geloven en andersom (minder tijd, minder geloof).

Heel verrassend is dit inzicht misschien niet, maar een andere conclusie is des te interessanter. Hoe rijker iemands mediadieet is, hoe meer vertrouwen mensen hebben in de wetenschap. Dit is overigens geen causaal verband. De onderzoekers zeggen hierover:

Omdat een hoger vertrouwen in wetenschap en minder geloof in wetenschappelijke misinformatie sterk met elkaar samenhangen, geloven mensen met een diverser wetenschappelijk informatiedieet (die dus gemiddeld een hoger vertrouwen in wetenschap hebben) ook minder in wetenschappelijke misinformatie. Wanneer sociale media het voornaamste kanaal voor wetenschappelijke informatie is, hebben mensen ook minder vertrouwen in de wetenschap.

De onderzoekers vatten de aangetoonde relaties en de relaties die juist niet zijn aangetoond als volgt samen:

De onderzoekers hebben ook gekeken naar hoe mensen wetenschappelijke informatie op platforms beoordelen. En daaruit komen vijf factoren naar voren:

  • De inhoud van het bericht zelf: zowel tekstueel, als visueel, waarbij onder meer spelfouten en de toon meewegen in de beoordelingen.
  • Het platform waarop het bericht staat (kan iedereen er alles delen?) en hoe populair het bericht is.
  • De reputatie van de afzender (dat geldt zowel voor mediamerken als voor individuele afzenders).
  • Het eigen referentiekader: de onderzoekers omschrijven dit als "een kluwen van eerdere kennis, waarnemingen in de omgeving, persoonlijke ervaringen en verkregen informatie".
  • De onderliggende (basis)houdingen bij de ontvanger, waarbij men er drie onderscheidt:
    • De houding tegenover (nieuwe) informatie in de informatiesamenleving.
    • De houding tegenover instituties en instanties.
    • De houding tegenover wetenschap.

De laatste twee punten laten volgens de onderzoekers zien dat voor geloof in wetenschappelijke desinformatie op contentplatforms een offline voedingsbodem nodig is.

In het rapport worden deze vijf factoren uitgebreid besproken, maar er was één inzicht dat ik erg opvallend vond:

Deelnemers vinden een bescheiden bericht, waarin een afzender erkent dat hij ook niet alles weet, geloofwaardiger dan een bericht waarin een bepaald standpunt wordt 'gepusht'. In dit verband halen deelnemers bijvoorbeeld de coronamaatregelen aan; mensen voelden dat hen 'iets door de strot werd geduwd'. Maatregelen die ze niet alleen niet leuk vonden, maar die ook hun vertrouwen in de (corona)wetenschap schaadden. Berichten waarin de afzender erkent géén expert te zijn op een bepaald gebied, komen daardoor juist geloofwaardiger over dan iemand die zich beroept op een autoriteitsargument.

Een voor de journalistiek interessant inzicht uit het onderzoek is dat investeren in vertrouwen in wetenschap door wetenschappelijke principes uit te leggen, mogelijk effectiever is dan het factchecken van desinformatie.

Als dit referentiekader niet strookt met de wetenschappelijke argumenten die in een factcheck worden gegeven, zien we dat de wetenschappelijke onderbouwing niet altijd doorslaggevend is voor mensen of ze een bericht wel of niet geloven. Factchecks die zich enkel richten op het overtuigen van mensen middels het weerleggen van wetenschappelijke argumenten, zijn dan ook mogelijk minder effectief dan wanneer deze ook (expliciet) wetenschappelijke en journalistieke principes demonstreren.

Kort

  • De Zilveren Reissmicrofoon is dit jaar gewonnen door de podcast 'De Rolverdeling' van de NTR. Het is niet de eerste keer dat een podcast die prijs, die van oudsher een radioprijs is, wint. Bijzonder was dat alle genomineerden van dit jaar in de basis een podcast waren. Zelf had ik de eer om dit jaar in de jury te zitten.
  • De NPO gaat samen met Disney+ een spelshow produceren. Het gaat om 'Wolven: het spel van list en bedrog' dat op NPO 1 wordt uitgezonden en te zien zal zijn op Disney+. Het programma wordt een tv-versie van het kaartspel 'Weerwolven', dat eerder al werd gebruikt als basis voor het populaire 'De Verraders'.
  • NRC wil een eigen server met een open social-media-protocol opzetten. In twee artikelen wordt de zoektocht naar hoe dat het beste kan gebruikt om meer uit te leggen over de open alternatieven voor de platforms van de techbedrijven. Een concreet plan lijkt er echter nog niet te zijn, dus waarschijnlijk zullen er nog meer artikelen volgen.
  • De Europese Commissie verplicht WhatsApp om AI-chatbots van concurrenten kosteloos toe te laten in de app. Meta verbood in januari concurrerende chatbots, waaronder ChatGPT, en maakte de eigen chatbot Meta AI een niet uit te schakelen onderdeel van de interface van WhatsApp. Het onderzoek naar Meta hierover loopt nog, maar omdat de markt tijdens het onderzoek verstoord zou raken doordat Meta concurrenten weigert, moet het bedrijf zijn beleid nu al aanpassen. Het heeft hier slechts vijf dagen de tijd voor.
  • Meta gaat in een groot deel van de wereld vanaf volgende maand alle data over je gedrag op internet die het verzamelt gebruiken om de feeds van Facebook en Instagram te personaliseren. Tot nu toe werd deze data enkel gebruikt om te bepalen welke advertenties je te zien kreeg. In de EU zal het in eerste instantie niet gebeuren.
  • Een Duitse rechter heeft geoordeeld dat Google inhoudelijk verantwoordelijk is voor de AI-samenvattingen en dat ze juridisch niet worden gezien als zoekresultaten. Dat betekent bijvoorbeeld dat Google verantwoordelijk ois voor de uitspraken die worden gedaan in de AI-samenvattingen. In het geval van deze rechtszaak is Google veroordeeld voor onrechtmatige uitlatingen, waarvoor je in Duitsland een zaak kunt aanspannen. De zaak gaat over twee bedrijven die onterecht werden beticht van oplichting en frauduleuze praktijken in een AI-samenvatting.
  • Grok, de chatbot van X, wordt nog steeds gebruikt om naaktbeelden van mensen te genereren. Dat blijkt uit onderzoek van Wired. Elon Musk heeft de belofte om dit onmogelijk te maken dus niet waargemaakt. Het is enkel niet meer mogelijk om de naaktbeelden direct van X te genereren, maar via Grok zelf kan dat dus wel nog.