8 min read

En het grootste mediabedrijf ter wereld is...

... YouTube! De omzet van het videoplatform was vorig jaar groter dan de omzet van de mediatak van The Walt Disney Company.
En het grootste mediabedrijf ter wereld is...
Foto: Zulfugar Karimov / Unsplash

Ik schrijf deze nieuwsbrief vanuit Austin, Texas, waar ik zoals ieder jaar aanwezig ben op SXSW. Vandaag begint dag drie van deze zevendaagse conferentie/festival. Het is dan ook nog te vroeg om alle lessen en inzichten te delen. Sowieso heb ik altijd nog wat verwerkingstijd nodig om alles wat ik de hele dag door hoor aan elkaar te koppelen. Eén ding viel me echter wel op en ga ik meteen uitlichten in deze nieuwsbrief...

Voor ik daarmee begin, wil ik nog even mijn dank uitspreken voor de vele reacties die ik heb gekregen op mijn vorige nieuwsbrief. In het bijzonder ook aan de mensen die naar aanleiding van die nieuwsbrief besloten lid te worden of om een eenmalige donatie te doen (dat kan via deze pagina). De vele reacties én de dingen die ik hoor op SXSW helpen me om na te denken over hoe nu verder.

Maar nu eerst gewoon een nieuwsbrief zoals je gewend bent met twee onderwerpen:

  • YouTube is het grootste mediabedrijf ter wereld. En ja, YouTube is een mediabedrijf.
  • Groeiende zorgen over de allesbepalende algoritmes.

YouTube is het grootste mediabedrijf ter wereld. En ja, YouTube is een mediabedrijf

YouTube is het grootste mediabedrijf ter wereld. De omzet van het videoplatform was vorig jaar met 62 miljard dollar groter dan de omzet van de mediatak van The Walt Disney Company, waarmee dat bedrijf van de troon gestoten is.

Dit nieuws sluit perfect aan bij de ontwikkeling die YouTube al langer doormaakt. Een steeds groter deel van het kijken naar YouTube-video's vindt niet plaats op telefoons en computerschermen, maar op tv's. Jacob de Vries deelde onlangs nog de meest recente cijfers die YouTube had gedeeld in een presentatie waarbij hij aanwezig was. 40 procent van de kijktijd vindt inmiddels plaats op televisies. Daarmee concurreert YouTube direct met streamingdiensten en traditionele televisie.

Dat haalt ook meteen het argument onderuit dat mensen zeggen dat je YouTube niet mag vergelijken met traditionele mediabedrijven of streamingdiensten. Ze strijden namelijk allemaal om de tijd van mensen op zowel de ouderwetse tv als op andere schermen. En ook de verdienmodellen zijn niet meer zo verschillend: ze verdienen allemaal geld aan de verkoop van advertentieruimte en aan abonnees. Je moet namelijk niet onderschatten hoe belangrijk YouTube Premium inmiddels is. Een jaar geleden had YouTube wereldwijd 125 miljoen betalende gebruikers (daarbij gaat het om zowel YouTube Music als YouTube Premium-abonnementen).

Het grote verschil zit uiteindelijk in het product. Als je The Walt Disney Company vergelijkt met YouTube richt het ene bedrijf zich op kwaliteit en het andere op kwantiteit. Niet dat er op YouTube geen kwalitatieve producties te vinden zijn, maar zelfs bij de duurste producties die voor YouTube worden gemaakt gaat het om relatief lage bedragen in vergelijking met wat Disney uitgeeft aan producties. En YouTube staat ook vol met heel veel troep.

De opkomst van generatieve AI en het feit dat YouTube het ook nog eens actief omarmt, zorgt ervoor dat er alleen nog maar meer troep op YouTube komt te staan. Het is niet voor niets dat ik onlangs schreef dat YouTube voor kinderen in mijn ogen niet anders behandeld moet worden dan Instagram en TikTok.

En voor de duidelijkheid: ik ben niet anti-YouTube. Het videoplatform heeft zoveel kansen gegeven aan makers en heeft het publiek meer keuze gegeven. En de cijfers laten zien dat het een onmisbaar onderdeel is van het tv-landschap.

Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is om als traditioneel mediabedrijf niet te gaan YouTubificieren. Dat je juist niet ook kwantiteit boven kwaliteit moet verkiezen. Aansluitend bij wat ik afgelopen woensdag schreef, denk ik dat in de breedte van het hele media-aanbod een veel scherpere verdeling ontstaat, en ook noodzakelijk is, tussen kwantiteit en kwaliteit. Beide hebben hun plek, beide hebben een verdienmodel, maar volgens mij hebben media die van oudsher kwaliteit boven kwantiteit verkiezen, te veel ingezet op kwantiteit. Op meer maken, op meer verkeer. En uiteindelijk verlies je dat. In het geval van televisie van YouTube.

Wat dat betreft vind ik het onbegrijpelijk dat Disney ervoor heeft gekozen om Disney+ uit te breiden met een TikTok-achtige feed met korte verticale video's waar je doorheen kan swipen. Dat YouTube vol is gaan inzetten op YouTube Shorts is logisch binnen hun kwantiteitsbusiness, maar volgens mij verpest je als Disney je product door een functionaliteit als Verts (zo heten die korte video's, ik kan er ook niets aan doen) je kwaliteitsproduct te laten verneuken.

In eerste instantie kiest YouTube ervoor om puur korte clipjes uit eigen content te tonen, maar het bedrijf heeft al aangekondigd om ook content van externe makers te willen toevoegen. Mijn enige reactie is: doe. het. niet.

Het is een illusie dat dit soort toevoegingen ervoor zullen zorgen dat Disney's mediatak weer groter wordt dan YouTube. Dat gaat niet gebeuren. Het is vooral een afbreukrisico, omdat je als bedrijf vergeet dat je kracht zit in kwaliteit. Iets wat geldt voor nog veel meer media.


Groeiende zorgen over de allesbepalende algoritmes

Ieder jaar op SXSW is wel weer een onderwerp dat er voor mij uitspringt. Een onderwerp dat niet nieuw is, maar waar het wel veel meer overgaat dan ik misschien vooraf had verwacht. De verschillende panels, presentaties en interviews op het festival helpen me om nieuwe inzichten te krijgen of juist het grotere plaatje te zien. Nu is SXSW pas twee dagen aan de gang en loop ik misschien op de zaken vooruit, maar het viel mij op hoeveel het gaat over de algoritmes die bepalen wat mensen zien.

Dat begon al bij de allereerste sessie op donderdag. Een gesprek met de titel "Who owns the truth?" tussen zelfstandig journalist Tara Palmeri en Imran Ahmed, die in het VK voor Labour werkte, maar tegenwoordig in de VS woont en actief is voor het Center for Countering Digital Hate.

In het gesprek ging het over de problemen die we zien doordat algoritmes bepalen wat mensen zien. Dat belangrijke verhalen geen publiek bereiken, omdat het algoritme ze niet oppikt, terwijl als je deelt waar mensen boos om worden het algoritme dat juist versterkt. En dat je daarmee extreem gedachtengoed kan normaliseren. Als er iets gedeeld wordt wat niet klopt en je reageert erop dat het niet klopt, krijgt het juist meer bereik omdat je erop reageert.

Het zijn geen nieuwe dingen, maar ik merk dat ik me er het afgelopen jaar steeds meer zorgen over maak. En zo'n eerste sessie op SXSW leert me dat ik niet de enige ben. Imrna Ahmed vatte het goed samen: "Een ondoorzichtig, ongecontroleerd algoritme zou nooit mogen bepalen wat we te weten komen over de wereld om ons heen." En dat is precies wat er op dit moment gebeurt.

Makers worstelen hier ook mee. Zij hebben jarenlang geïnvesteerd in het opbouwen van volgrelaties met hun publiek, maar zijn nu overgeleverd aan hun algoritme, dat zorgt voor wisselende, losse contacten, waarbij mensen toevallig één keer iets van hen zien. Een volgrelatie heeft op de meeste platforms nog maar heel weinig waarde.

Zelfs een presentatie van schrijver Kevin Ashton over de historie van het vertellen en verspreiden van verhalen kreeg aan het einde plots een vreemde draai, toen hij redelijk uit het niets begon over algoritmes en specifiek zijn zorgen over reïnforcement learning, waarbij een algoritme steeds opnieuw wordt getraind met de data die het krijgt.

In een panel waar onder meer de productmanager van Patreon en zelfstandig journalist Taylor Lorenz in zaten, was de conclusie dat er eigenlijk niemand blij wordt van de discovery-algoritmes van de platforms. Voor zowel de makers als de gebruikers resulteert het in een slechte ervaring en toch komen we er niet van los.


Kort