8 min read

Als je werk van journalisten automatiseert is transparantie essentieel

Als je werk van journalisten automatiseert is transparantie essentieel
Gegenereerd met behulp van DALL·E 2: "half mens half robot"

Ik hoop dat je er klaar voor bent, want ik heb 1750 woorden geschreven over een aantal zeer interessante onderwerpen:

  • Duidelijkheid over autonomie en transparantie zijn essentieel bij automatisering op redacties.
  • Hoe ziet het volgende hoofdstuk voor mediabedrijven eruit?
  • Uitgevers zien verkeer vanuit Twitter afnemen sinds overname.

Duidelijkheid over autonomie en transparantie zijn essentieel bij automatisering op redacties

Afgelopen december promoveerde Hannes Cools, tegenwoordig onderzoeker aan de UvA, op het gebruik van automatisering op redacties. Zijn promotie-onderzoek (255 pagina's) is een flinke kluif om te lezen, maar staat wel boordevol interessants. Zeker doordat het nu heel veel gaat over generatieve AI (van Dall-E tot ChatGPT) is dit onderzoek superactueel.

Eén van de dingen die hij doet, op basis van bestaande literatuur, is de verschillende niveaus van automatisering binnen de journalistiek uiteen zetten. Deze typologie helpt ontzettend goed om duidelijk te maken dat 'automatisering' of 'A.I.' niet één ding is, maar dat er ongelofelijk grote verschillen zijn in hoe een systeem het journalistieke werk kan automatiseren en hoeveel autonomie de mens (en dus de journalist) nog heeft. Tevens wordt daarmee duidelijk dat het bij discussies over automatisering uiteindelijk niet altijd uitmaakt in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van kunstmatige intelligentie.

"Het essentiële element bij de typologie is de autonomie die de journalist of de tool heeft om bepaalde beslissingen te nemen. Hoe meer autonomie de tool heeft, hoe minder autonomie de journalist heeft en vice versa. Dat staat dan eigenlijk nog los van of de tool door AI wordt gestuurd of niet. Je kan wel stellen dat hoe meer autonomie de tool heeft, hoe groter de kans is dat er AI mee gemoeid is", licht Hannes toe via de mail.

Dergelijke niveaus zie je trouwens terugkomen bij allerlei vormen van automatisering. Als het gaat om zelfrijdende auto's gaat het ook over verschillende niveaus van het automatisch in een rijbaan kunnen blijven tot volledig zelf kunnen rijden zonder menselijke chauffeur.

Een voorbeeld dat Hannes aanhaalt is de Quakebot van de LA Times. "Doordat California gevoelig is aan aardbevingen, heeft de LA Times een bot gebruikt die verbonden was aan een seismograaf en automatisch een bericht verstuurde op het moment dat een aardbeving plaatsvond, dit zowel op Twitter als op hun website. Dit betrof geen AI, maar is eerder een vorm van 'template journalistiek' waarbij data in een al vooraf geschreven tekst wordt gegoten. Aardbeving met kracht X op <schaal van Richter>, epicentrum is <locatie Y>. Scoort dus hoog op typologie, maar heeft eerder te maken met mogelijkheden van tool, en minder met de technologie. Daar ligt volgens mij ook de waarde van de typologie. Het kan ergens beter inschatten of bepaalde processen al dan niet geautomatiseerd worden. De technologie wordt ook in acht genomen, maar is niet het voornaamste criterium", legt Hannes uit.

Deze niveaus worden onderscheiden in het onderzoek van Hannes:

In mijn volgende nieuwsbrief duik ik nog wat dieper in het onderzoek van Hannes.

In het verlengde hiervan kwam afgelopen week naar buiten dat techsite CNET artikelen publiceert die volledig zijn gegenereerd door kunstmatige intelligentie. De ooit toonaangevende techsite is sinds 2020 in handen Red Ventures. Dat bedrijf heeft de afgelopen jaren een aantal sites overgenomen die heel hoog scoren in Google en gebruikt vervolgens deze sites om advertenties voor financiële producten, waar het veel aan verdiend, hoog in de zoekresultaten te krijgen.

Journalistieke ethiek is daar wat minder belangrijk en dus is het niet heel gek dat het de autonomie van de mens bijna helemaal weghaalt bij het publiceren van artikelen. Een belangrijk detail: als je doorklikte op de naam van de auteur (CNET Money Staff) kon je er als lezer achterkomen dat je een artikel las dat niet is geschreven door een mens, maar voor de gemiddelde bezoeker was dit niet duidelijk.

CNET kreeg binnen de Amerikaanse journalistiek flinke wat kritiek. Niet zozeer omdat de site artikelen liet schrijven door een AI-systeem, maar wel doordat dit voor de lezer niet duidelijk was. De kritiek heeft er toe geleid dat de site (tijdelijk) is gestopt met het publiceren van artikelen die door kunstmatige intelligentie zijn geschreven.

Het laat zien hoe belangrijk het is om transparant te zijn over hoe automatisering wordt ingezet en hoeveel autonomie journalisten nog hebben bij het werken met automatiseringstools en processen. Sterker nog: ik denk dat ten alle tijden het gebruik van automatisering vermeldt moet worden als hierdoor de autonomie van journalisten substantieel is beperkt (niveau 3 en 4 in de typologie hierboven).

Als je dergelijke transparantie als basis neemt, bieden de technologische ontwikkelingen die elkaar op dit moment in rap tempo opvolgen vooral kansen, als je het mij vraagt. En ik ben niet de enige die er zo over denkt, las ik op het blog van NU.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman:

Hoe een robot onze redactie kan helpen
Iedere zondag praat hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman je bij over een ontwikkeling achter de schermen bij NU.nl. Deze week gaat het over de populaire chatbot ChatGPT. En wat kunstmatige intelligentie kan betekenen voor onze journalistiek.

Het volgende hoofdstuk voor mediabedrijven

One of the mistakes I find too often made in people starting newsletters or other media ventures is the tendency to pattern match. That’s why there are so many Morning Brew knockoffs and Ben Thompson knockoffs. (I regrettably did a few poor imitations of his hand-drawn charts in the earliest days of The Rebooting.) I can’t see that strategy working since it’s pretty much a ChatGPT prompt.
Differentiation has always been the hallmark of media success. You should be able to remove the branding and identify the brand. Give me an Economist article as a Google Doc, I’ll get it right 9/10 times. Same for The New Yorker because the lede is nine paragraphs long. And if it appears to be written by aliens writing back to their home planet, it’s Business Insider.

Dit stuk is afkomstig uit de medianieuwsbrief van Brian Morresey. Hij schreef afgelopen week zijn gedachtes over de toekomst van de media op. En daarin betoogt hij onder meer dat media iets unieks moeten doen om zich te onderscheiden, omdat de rest van de content geautomatiseerd zal worden. Je overleeft alleen door iets unieks te doen, iets toe te voegen. Niet door je content helemaal suf te optimaliseren om het zo goed mogelijk te doen in de algoritmes van de platfoms waarop mensen de hele dag content consumeren.

Media’s identity crisis
When everything is media, what’s a media business?

Morresey is hard in zijn betoog. Over traditionele magazine-merken zegt hij bijvoorbeeld:

Magazine brands are more likely to make their money hosting parties at Art Basel than selling ad pages. They’re more party planners than what was thought of as media makers. The function of the media company in this setup has been reduced to a business development, event planning and sales function with some light branding. They’re left being something of a cultural general contractor. It’s all a hustle of smoke and mirrors. At some point, they might not even bother with the publishing part, so long as the DJ is good and clients are happy.

Sinds ik het stuk heb gelezen speelt het door mijn hoofd. Omdat ik denk dat Morrissey gelijk heeft. Of eigenlijk: omdat ik bang dat hij gelijk heeft. Niet omdat ik er tegen ben dat mediamerken unieker moeten worden. Alles behalve. Maar wel omdat ik bang dat heel veel mediabedrijven zich dit niet op tijd realiseren. Ze rennen de verkeerde kant op en zullen onderweg worden ingehaald door nieuwe spelers die het werk wat de media nu doen verder automatiseren en optimaliseren. Voor mijn gevoel is dit moment om gaan na te denken over hoe je het schip kunt keren en zorgen dat je iets gaat doen wat niemand anders doet.


Uitgevers zien verkeer vanuit Twitter afnemen sinds overname

Er was afgelopen week (uiteraard) weer een heleboel nieuws rondom Twitter, want de storm bij/rond het sociale netwerk, die woedt sinds de overname door Elon Musk, lijkt voorlopig nog niet te gaan liggen. Ik vat de highlights voor je samen:

  • Twitter was al geen hele grote verkeersbron voor veel uitgevers, maar sinds de overname door Elon Musk is het verkeer vanuit het platform nog verder teruggelopen, schrijft Digiday.
  • Op vrijdag 13 januari stopte een groot aantal Twitter-apps van externe ontwikkelaars plots met werken omdat hun toegang tot de API niet meer werkte. Dit werd in de dagen daarna niet gefixt en ontwikkelaars kregen geen reactie van Twitter. Gebruikers van deze apps, vaak trouwe, hard-core Twitteraars, bleven in verwarring achter. Bijna een week later is er eindelijk een reactie van Twitter, of nouja: een reactie... Zonder er iets over te communiceren heeft het bedrijf de regels rondom het gebruik van de API aangepast en mogen ontwikkelaars geen alternatieve Twitter-apps meer maken. Zonder aankondiging, zonder uitleg, hebben een heleboel ontwikkelaars en Twitter-gebruikers een hele dikke middelvinger van Elon Musk gekregen. Diezelfde man wil dat mensen gaan betalen voor het gebruik van Twitter...
  • Twitter wil bij accounts van journalisten naast een verificatievinkje een klein logo tonen van de redactie waarvoor ze werken. De Britse krant Daily Mirror test de nieuwe functie uit.
  • Veel Amerikaanse media en sportcompetenties hebben dit jaar deals gesloten met Twitter voor het promoten van content op het platform.
  • De Taliban gebruikt het betaalde Twitter Blue-abonnement om een blauw vinkje achter hun naam te krijgen, waardoor het lijkt of hun accounts geverifieerd zijn.
  • New York Magazine publiceerde afgelopen week een verhaal over hoe het er intern aan toe ging rond de overname van Twitter door Elon Musk en in de periode daarna, waarbij centraal staat hoe de nieuwe eigenaar omgaat/-ging met het personeel van het bedrijf.

Dit wil ik ook nog met je delen