Als de vraag is wat echt is of wat nep, dan moet juist wat echt is een label krijgen
Ik heb een lekker volle nieuwsbrief voor je geschreven. Ik licht er dit weekend twee onderwerpen uit:
- In plaats van AI-gegenereerde media, zou juist echte media een label moeten krijgen.
- De Volkskrant wil met nieuwe ochtendshownieuwsbrief zorgen dat lezers klaar zijn voor hun dag.
In plaats van AI-gegenereerde media, zou juist echte media een label moeten krijgen
Gerson Veenstra, eindredacteur online bij AVROTROS, deelde vorige week een interessant hersenspinsel op LinkedIn. Bij het gebruik van generatieve AI voor foto's en video's wordt nu aangestuurd op het labellen daarvan. Sterker nog: platforms moeten over zes dagen bij alle media, die zijn gegenereerd of bewerkt met generatieve AI, een label tonen. Dat eist de regering van India, maar is in de praktijk eigenlijk niet haalbaar op dit moment.
Veenstra doet de suggestie in zijn LinkedIn-bericht om het om te draaien. Waarom gaan we niet labellen wat wel echt is? Hij trekt de vergelijking met de labels op producten in de supermarkt:
Alles wat goedkoop en nep is, heeft daar geen label. Niet omdat het niet bruikbaar is, maar omdat het geen label verdient. Waarom zouden we AI-content dan labelen? Moeten we dan juist niet alles labelen wat wel echt is?
Overdreven? Ik denk het niet. Journalistieke content moet op social platforms concurreren met kattenfilmpjes, dansvideo's en AI-onzin. Hoe fijn zou het zijn als je dan meteen ziet: dit is echt, dit kan ik vertrouwen. Zodat je de rest kunt negeren, als je dat wil.
Het interessante is dat de technologie daarvoor beschikbaar is. Sterker nog: die was er al voordat de eerste modellen om afbeeldingen te genereren openbaar beschikbaar waren. In 2019 kondigden verschillende partijen, waaronder Adobe en The New York Times, samen aan een standaard te willen ontwikkelen die de herkomst en bewerkingen van media vastlegt en inzichtelijk maakt.
Twee jaar later maakte de Coalition for Content Provenance and Authenticity (C2PA) de eerste versie van de Content Credentials-standaard beschikbaar. Die kan in principe iedereen gaan gebruiken, van hardwarefabrikanten die de technologie onderdeel maken van telefoons en camera's tot nieuwsmedia en sociale netwerken.
In de eerste jaren dat er aan gewerkt werd heb ik de ontwikkeling trouw gevolgd en er ook regelmatig over geschreven. Ook heb ik wel eens voor een klant een kleinschalig onderzoek gedaan naar hoe redacties hier tegenaan kijken. En wat zag je: in de praktijk werd er totaal geen urgentie gevoeld om hier iets mee te doen.
Inmiddels is die urgentie er wel enigzins in de techindustrie, maar dan om hem te gebruiken om AI-gegenereerde content te labelen. Al wordt hiervoor ook vaak SynthID gebruikt, een technologie van Google om specifieke AI-gegenereerde content te labelen.
Binnen de journalistiek merk ik nog steeds dat men hier eigenlijk totaal niet mee bezig is. Terwijl het punt dat Gerson Veenstra maakt in mijn ogen terecht is: er zou een label moeten komen voor journalistieke content en andere "echte" content. Een label gebruiken dat mensen en organisaties graag willen hebben, heeft een veel grotere slagingskans dan een label gebruiken dat je misschien helemaal niet wilt hebben.
En het mooie is dus: de technologie is gewoon beschikbaar. Het enige dat er moet gebeuren is dat de industrie hem omarmt, zowel aan de kant van de makers als aan de kant van de platforms. En ik ben ervan overtuigd dat als de makers het willen, platforms het uiteindelijk zullen gaan implementeren, desnoods gedwongen door regulering.
De Volkskrant wil met nieuwe ochtendshownieuwsbrief zorgen dat lezers klaar zijn voor hun dag
Dat ik nieuwsmedia aanmoedig om te investeren in nieuwsbrieven, mag voor vaste lezers van mijn nieuwsbrief geen verrassing zijn. Nieuwsbrieven zijn de manier om een directe relatie te hebben met het loyale deel van je publiek. Ze kunnen onderdeel zijn van een abonnement of simpelweg om lezers verder aan je binden.
Belangrijk daarbij is nieuwsbrieven niet te benaderen als een reclamefolder, waarin je je belangrijkste verhalen uitlicht in een voorpagina-achtige layout met een kop, foto en link. Een nieuwsbrief is een product dat niet als primair doel moet hebben reclame te maken voor je artikelen en zoveel mogelijk doorkliks te genereren. Nee, het is een product waarin je wilt inspelen op een specifieke behoefte van je doelgroep. Daarmee lever je waarde en dat levert je op lange termijn veel meer op dan een paar doorkliks.
Ik was dan ook blij verrast toen De Volkskrant ruim een week geleden begon met een vernieuwde ochtendnieuwsbrief. Het is een relatief lange nieuwsbrief (voorbeeld), waarin hoofdredacteur Pieter Klok in de opening het nieuws van die ochtend samenvat. Vervolgens worden de twee belangrijkste nieuwsverhalen uiteengezet in een kort artikel van een aantal alinea's en daarna volgen nog veel andere nieuwsverhalen met allemaal een uitgebreide samenvatting en een uitsmijter.
Het geheel geeft in mijn ogen een gevoel van overzicht en grip op het nieuws. Als je de nieuwsbrief doorleest heb je het gevoel dat je op de hoogte bent van het belangrijkste nieuws en de meest interessante artikelen. Je kunt doorklikken naar artikelen om meer te lezen, maar bij onderwerpen waar je geen behoefte hebt aan meer diepgang is de nieuwsbrief zelf voldoende. Daarmee geeft de nieuwsbrief een beetje hetzelfde gevoel als het 's ochtends doorbladeren van de krant.
"Onze oorspronkelijke nieuwsbrief was al erg oud en aan een update toe", vertelt Sofie van Westrenen, chef Digitaal uit bij de Volkskrant. "De oude nieuwsbrief was een lijstje artikelen dat met weinig context of hiërarchie werd verstuurd. Omdat Volkskrantlezers als belangrijkste behoeftes 'hou me op de hoogte' en 'geef me context' hebben, wilden we met de nieuwe ochtendnieuwsbrief vooral die context proberen te geven."
"We vonden dat één van de uitgangspunten moest zijn: 'je hoeft niet te klikken om op de hoogte te zijn'. Dus lees je in de nieuwsbrief samenvattende intro's die als doel hebben te informeren, en niet te verleiden om te klikken. Tegelijk kan en mag dat natuurlijk wel."
Het huidige format is niet even snel in een brainstorm bedacht en vervolgens ingevoerd. De redactie heeft veel uitgeprobeerd en testversies van de nieuwsbrief gemaakt die naar kleine groepen lezers zijn gestuurd. Daarbij is de nieuwe opzet niet in beton gegoten. Het is een vertrekpunt om, nu grote groepen lezers hem ontvangen, door te gaan met experimenten. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan een kort interview met de maker van een bijzonder verhaal, in plaats van dat verhaal samen te vatten. Of aan 'achter-de-schermen'-verhalen die speciaal voor de nieuwsbrief worden gemaakt.
Wat ik zelf vaak merk is dat redacties het lastig vinden om een goede ochtendnieuwsbrief te maken, omdat ze het niet ingepast krijgen in hoe hun redactieroosters werken. Daarom zie je vaak dat nieuwsbrieven pas aan het begin van de werkdag worden verstuurd of zelfs pas in de middag. Organisatie en werkwijze zijn belangrijker dan een inspelen op een duidelijke behoefte van het publiek, blijkt daaruit. De Volkskrant verstuurt deze nieuwsbrief in principe voor 7:00 uur, al is hij afgelopen week ook een keer pas om 7:50 uur in mijn inbox terechtgekomen (wat gewoon echt te laat is voor zo'n nieuwsbrief).
Hoe ze dat aanpakken? "De nieuwsbriefredacteur 'van dienst' werkt vanaf 14:00 uur (hij wordt dus elke dag gemaakt door één persoon), en begint dan met het bespreken van het aanbod met de chef digitaal en de planner. Bij het selecteren kijken we uiteraard naar nieuwsverhalen, maar er is ook altijd ruimte voor de 'zachtere' kant. We willen lezers met een glimlach laten eindigen", legt Van Westrenen uit.
"Dan begint het verzamelen van artikelen, het cureren en schrijven, zoeken naar geschikt beeld en dat soort werk. Aan het begin van de avond is het raamwerk klaar en en bepalen we samen met Pieter Klok welke onderwerpen we bovenaan in de mail uitlichten. Daarna wordt er nog bijgeschaafd en geschreven, en aan het eind van de avond gaat de brief langs de eindredactie. In de vroege ochtend wordt hij verstuurd, eventueel nieuws uit de nacht wordt er dan ook nog ingezet."
De Volkskrant heeft ervoor gekozen om de ochtendnieuwsbrief geen eigen gezicht te geven dat de hele nieuwsbrief in een eigen taal en toon schrijft, zoals bij een aantal thematische nieuwsbrieven wel is gebeurd. In plaats daarvan opent de nieuwsbrief met een korte introductie uit naam van de hoofdredacteur. De optie om de nieuwsbrief een eigen 'host' te geven is wel langsgekomen in het ontwikkelproces. "We hebben besloten Pieters naam en gezicht eraan te verbinden, omdat we de ochtendnieuwsbrief echt zien als ons vlaggenschip en hij nou eenmaal ons bekendste gezicht is", zegt Van Westrenen daarover.
Wanneer is de vernieuwing een succes? "Liefst wil ik dat lezers na de ochtendnieuwsbrief het gevoel hebben op de hoogte te zijn, het nieuws te snappen, en klaar zijn voor de dag. Nu weet ik ook wel dat je dat slecht kunt meten. Je kunt het uiteraard wel vragen, en dat doen we dan ook. We willen in elk geval flink groeien in het aantal ontvangers en houden uiteraard goed de feedback in de gaten."
Kort
- De Europese brancheorganisatie voor uitgevers, de European Publishers Council heeft een officiële klacht ingediend bij de Europese Commissie over machtsmisbruik door Google met de inzet van AI. De klacht richt zich tegen op de AI-overzichten en AI-modus van de zoekmachine. Hiervoor wordt de content van (nieuws)sites gebruikt en gebruikers hoeven die sites vervolgens niet te bezoeken omdat ze de informatie al binnen de zoekmachine krijgen. Er is geen mogelijkheid voor uitgevers om dit te weigeren, maar wel vindbaar te blijven in Google.
- Het jaarlijkse onderzoeksrapport Trends in Digitale Media dat brancheorganisatie NDP Nieuwsmedia eind vorig jaar door GfK heeft laten uitvoeren, is gepubliceerd (pdf). Het biedt weinig nieuwe inzichten ten opzichte van onderzoeken als het Digital News Report, de Mediamonitor en het Nationale Social Media Onderzoek.
- Hoe gaan journalistiekopleidingen om met het gebruik van generatieve AI? Wat betekent de technologie voor de schrijfvaardigheid van journalisten? En voor hun carrière als ze zijn afgestudeerd? In een uitgebreid stuk probeert het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek antwoord te krijgen op die vragen.
- The New York Times doet onderzoek naar de mannosfeer door dagelijks een grote hoeveelheid podcasts door AI te laten transcriberen en samenvatten.
- Adam Mosseri, de baas van Instagram, stelt in een Amerikaanse rechtszaak dat social media niet verslavend kunnen zijn. De rechtszaak gaat over de vraag of platforms als Instagram verslavend zijn, maar volgens de Meta-topman is dit simpelweg niet mogelijk.
- Gebruikers van Threads kunnen voortaan vragen of het algoritme van hun tijdlijn aangepast kan worden. De manier waarop is een beetje vreemd, want je moet een openbaar bericht plaatsen dat begint met "Dear Algo" en waarin je vervolgens aangeeft wat je graag anders wilt zien. Bijvoorbeeld: meer of minder berichten over een bepaald onderwerp. Je algoritme wordt vervolgens voor een periode van drie dagen aangepast, waarna je kunt laten weten of de wijziging naar wens is. De functionaliteit wordt in steeds meer landen uitgerold, maar is nog niet in Nederland beschikbaar.